De enige drug die je aan je gasten aanbiedt
Stel je voor dat je op een verjaardag binnenkomt en de gastvrouw vraagt: wil je een sigaret, of zal ik wat voor je oprollen? Het zou ongemakkelijk zijn. Maar precies datzelfde gebaar met een glas wijn of een biertje is zo gewoon dat je het bijna onbeleefd vindt als het níét gebeurt.
Daar zit meteen de kern van het verhaal. Alcohol is de enige verslavende stof die we actief aanbieden aan de mensen om wie we geven. We schenken het in bij geboortes en begrafenissen, bij promoties en scheidingen, bij vrolijke en verdrietige momenten. Drinken is verweven met bijna elk sociaal ritueel dat we kennen.
Die vanzelfsprekendheid is precies wat alcohol tot de meest geaccepteerde verslaving maakt. Niet omdat het minder verslavend zou zijn dan andere middelen, maar omdat we collectief hebben afgesproken er anders naar te kijken.
Wat de cijfers laten zien
Die acceptatie betekent niet dat de gevolgen klein zijn. Volgens de Kerncijfers Verslavingszorg 2016–2025 van Stichting IVZ, gepubliceerd in mei 2026, is alcohol al jaren met afstand de belangrijkste reden waarom mensen in Nederland in de verslavingszorg belanden. Ruim vier op de tien behandelingen — zo'n 43 procent — gaan over alcohol.
In 2025 waren er bijna 30.000 mensen voor alcohol in behandeling. Dat aandeel is over een periode van tien jaar opvallend stabiel gebleven, rond de 45 procent. Bij mensen boven de 55 jaar loopt het zelfs op tot ongeveer 60 procent: bij ouderen in de verslavingszorg gaat het in zes van de tien gevallen om alcohol.
En dit zijn alleen de mensen die de stap naar hulp al hebben gezet. De groep die structureel te veel drinkt zonder ooit in een behandelkamer te komen, is vele malen groter.
Waarom acceptatie het probleem onzichtbaar maakt
Juist omdat drinken zo normaal is, valt problematisch gebruik nauwelijks op. Iemand die elke avond een fles wijn opentrekt, wordt zelden aangesproken — het is immers maar wijn. Iemand die in het weekend stevig doordrinkt, hoort dat het er nu eenmaal bij hoort.
De sociale norm werkt als een soort camouflage. Waar we bij andere middelen al snel alarm slaan, geven we bij alcohol elkaar steeds opnieuw het voordeel van de twijfel. Dat maakt het moeilijk om te zien wanneer gewoonte overgaat in afhankelijkheid, zowel bij onszelf als bij de mensen om ons heen.
Het gevolg is dat veel mensen pas laat hulp zoeken. Niet omdat ze het niet wilden, maar omdat noch zijzelf noch hun omgeving het als een probleem zag.
Acceptatie hoeft geen oordeel te worden
Dit verhaal is geen pleidooi om alcohol te verbieden of om iedereen die drinkt met de vinger na te wijzen. De meeste mensen die drinken, krijgen er nooit een probleem mee. Het punt is een ander: dat de vanzelfsprekendheid van alcohol ons blind kan maken voor de momenten waarop het wél misgaat.
Wie zich daarvan bewust is, kan er eerlijker naar kijken. Niet vanuit schaamte of schuld, maar vanuit nieuwsgierigheid: speelt drinken een grotere rol in mijn leven dan ik zou willen? Dat is geen aanklacht, maar een vraag die het waard is om te stellen.
En mocht je twijfelen over je eigen gebruik, dan is dat geen reden om je slecht te voelen. Het is juist een teken dat je serieus neemt wat je opmerkt. Bij twijfel is hulp zoeken altijd de beste stap — ook als je nog niet zeker weet of er echt een probleem is.